Zlatan Ibrahimovic wordt dezer dagen door velen beschouwd als één van de beste spitsen in Europa, maar lang geleden was hij nog een speler die vooral met zichzelf in de clinch lag. Vier personen die hem in zijn jongere jaren bij Ajax meemaakten, zeggen in De Pers dat de Zweedse spits aanvankelijk veel moeite had om de juiste weg te vinden. “Hij zat wel met al die kritiek, hoor. Zlatan zat met zichzelf in de knoop”, herinnert Jan van Halst zich.Dinsdagavond komt Ibrahimovic met AC Milan, de zesde club in zijn profloopbaan, op bezoek bij Ajax. Hij speelde er vanaf de zomer van 2001 tot de zomer van 2004, toen Juventus besloot hem aan te kopen. Leo Beenhakker, die destijds technisch directeur was in Amsterdam, weet dat het niet altijd crescendo ging met Ibrahimovic. “Er waren de eerste maanden maar twee mensen die niet aan Zlatan twijfelden: hijzelf en ik”, haalt Beenhakker een oude herinnering op.“Elke maandagmorgen zagen we elkaar even. Dan kwam hij naar boven met een wat ongelukkig gezicht. Hij kreeg zoveel over zich heen; raakte steeds verder geïsoleerd. Ik moest zorgen dat hij niet aan zichzelf ging twijfelen. Dan zaten we elkaar een halfuurtje moed in te praten. Op een gegeven moment werd ik nogal scheef aangekeken. Ik heb wel wat mensen binnen de club moeten overtuigen. Maar ik heb altijd gezegd dat het goed zou komen”, legt de huidig technisch directeur van Feyenoord uit.Ook Ronald Koeman, die ten tijde van Ibrahimovic' verblijf in de ArenA de scepter zwaaide als trainer van Ajax, weet nog dat Ibracadabra flink moest wennen. “Hij was een totaal ander systeem gewend. Opeens moest hij als nummer 9 in de stijl van de Ajax-school spelen. Plus: hij was jong, kwam uit een ander land en was voor een behoorlijk bedrag gekocht.” Koeman stak veel energie in Ibrahimovic, al was het niet altijd even makkelijk. “Hij kon nukkig zijn, eigenwijs. Hij had al vroeg persoonlijkheid, wist wat hij wilde. Dat botste weleens”, aldus de coach.