Lasse Schöne bouwde zijn profloopbaan gestaag op, sinds 2005. Hij brak niet door bij sc Heerenveen, maar vocht zich via De Graafschap en NEC alsnog een weg naar boven en belandde vorig jaar zomer bij Ajax. Niet iedereen dacht dat de Deense middenvelder het er zou redden, maar Schöne verraste vriend en vijand en bemachtigde een basisplaats in het kampioensteam van Frank de Boer. Schöne rendeerde het best als buitenspeler en pikte zo zes doelpunten mee. In gesprek met ELF Voetbal kijkt de Scandinaviër terug op een goed eerste jaar in Amsterdam. Hij speelde er Champions League-voetbal en veroverde een vaste plaats, ondanks concurrentie van verschillende kanten. Schöne fungeerde ook vaak als defensieve middenvelder, een rol die nooit eerder bekleedde. Het bevalt hem echter prima, geeft hij aan. “Ik vind het een heerlijke plek. Ik wil graag aan de bal zijn en bij Ajax kom je op die positie veel in balbezit, vaak zelfs op de helft van de tegenstander. Bij de meeste clubs is de verdedigende middenvelder een soort stofzuiger. Maar zo moet je mij niet gebruiken en dat doet Frank de Boer ook niet. Ik ben een voetballer, geen schopper”, aldus Schöne.