Viktor Fischer komt pas net kijken in de profwereld, maar is al nu al erg kritisch op zichzelf. De Deense aanvaller sloot in de voorbereiding op dit seizoen aan bij het eerste elftal van Ajax en had snel een basisplaats te pakken. Op dit moment staat de achttienjarige Ajacied op zestien wedstrijden en zes doelpunten, geen slechte cijfers voor iemand met zijn ervaring en leeftijd. Toch vindt Fischer dat het de laatste tijd wat minder met hem gaat, zegt hij tegen Ajax Life. Fischer brak definitief door tijdens de Klassieker in januari, waarin hij tweemaal scoorde. Hij kreeg dagenlang alle lof toegezwaaid, maar behoudens een goal tegen VVV-Venlo was zijn productie nadien erg schaars. Zondag stelde Frank de Boer hem gewoon weer op in de basiself en liet hij Fischer negentig minuten staan, maar de aanvaller wist opnieuw niet te scoren. De tiener is dan ook niet tevreden, geeft hij toe. “Het is fantastisch dat we met 3-0 winnen en dat is hartstikke belangrijk, maar als je mij vraagt in de spiegel te kijken, ben ik teleurgesteld. Omdat ik had moeten scoren. Weer had moeten scoren. Een doelpunt maken is lang geleden en ik krijg kansen genoeg”, treurt Fischer. Hij blijft echter optimistisch: zondag wacht AZ-uit en dat is een nieuwe kans om het net weer te doen trillen. “Niet twijfelen, maar doorgaan. Dat is wat we de komende weken ook als ploeg moeten doen. Dan komt het allemaal goed, dat weet ik zeker.”