Danny Hoesen mag tevreden zijn over zijn eerste maanden bij Ajax. De van Fulham overgenomen aanvaller zou beginnen bij de beloften, maar maakte mede door de blessures bij Kolbeinn Sigthórsson en Ryan Babel eerder dan verwacht zijn opwachting in het eerste elftal. Inmiddels heeft Hoesen zes competitiewedstrijden achter zijn naam staan: daarin wist hij drie keer te scoren. De aanvaller weet dat Sigthórsson en Babel op de weg terug zijn, maar wanhoopt niet. "Frank de Boer zegt dat ik veel potentie heb, maar dat ik sterker kan worden", vertelt hij aan Voetbal Magazine Limburg. "De komende twee maanden ben ik dus veel te vinden in het krachthonk. Het voetbal zal er even onder lijden, maar dat is logisch. Ze zijn hier echt volop met je bezig. Ik zou nog niet weten waarom de trainer Ryan, Kolbeinn of Christian Eriksen ernaast zou moeten zetten als zij fit zijn. Ze verdienen hun plekje, ik moet gewoon nog beter worden. Dat is een grote uitdaging, maar wel een mooie." "Van buitenaf hoor je weleens dat Ajax een kille club is, maar dat ervaar ik niet zo", vervolgt Hoesen. "Ajax is een topclub waar presteren voorop staat: dát is het verschil met veel andere teams. De mensen hier doen er alles aan om je op het gemak te laten voelen. Uiteindelijk moet je het natuurlijk laten zien op het veld. Iedereen kan wel je handje vasthouden. Maar daar heb je niks aan."