Danny Hoesen mocht in de eerste seizoenshelft al elf keer opdraven van Ajax-trainer Frank de Boer. Naast zijn debuut in de Eredivisie, maakte hij ook zijn eerste minuten in de Champions League. Voor de 21-jarige spits - die afgelopen seizoen nog in de Jupiler League voor Fortuna Sittard speelde - al veel meer dan ooit verwacht.
"Toen ik hier kwam, wist ik wat me te doen stond", begint Hoesen. "Ik moest eerst acclimatiseren, wennen aan de club, aan de mensen, niet alleen aan mijn medespelers. Ik zou beginnen bij Jong Ajax, met als doel van daaruit door te groeien en speelminuten in het eerste elftal te gaan maken. Dat ik nu al zo ver ben gekomen, had ik niet verwacht. Natuurlijk: je hoopt dat het voorspoedig gaat, dat het meezit en dat je dat zelf ook afdwingt. Ik kan alleen maar blij zijn met hoe het nu gaat."
"Ik heb nog een hoop te leren en te verbeteren", vervolgt de spits. "Als voetballer ben je daar sowieso nooit klaar mee. Laat staan als je pas 21 jaar bent en van een club uit de Jupiler League komt. Sommige dingen gaan vanzelf. Je groeit bijvoorbeeld mee met het niveau van de trainingen, trekt je op aan je medespelers. En je doet ervaring op in het spelen voor vijftigduizend man publiek. Maar je moet ook bereid zijn te investeren in zaken als krachttraining en voeding. Streng zijn voor jezelf."