Nadat hij vorig jaar gehaald werd door Ajax, beleeft Viktor Fischer dit seizoen zijn doorbraak. De aanvallend ingestelde technicus maakte dit seizoen zijn debuut in het eerste van de Amsterdammers en was zelfs al een paar keer beslissend.
"Het is ongelooflijk snel gedaan", zo blikt de jongeling terug. "Ik zou gewoon bij de A1 beginnen, maar ineens was er een telefoontje van Frank de Boer. Of ik direct wilde komen naar het trainingskamp van het eerste. Nou, dat wilde ik graag. Diezelfde dag was ik er. Volgens mij heb ik toen geen bal geraakt. Alles ging fout. Ik was veel te gespannen. Maar volgens mij vond de trainer dat niet erg."
Niet veel later maakte Fischer zijn officiëuze debuut tegen Celtic. "Dat was fantastisch, maar toen zat het stadion voor de helft vol. Als er 50.000 mensen zitten, hou ik me adem in. Dan ben ik nog steeds zenuwachtig. Helemaal als we een belangrijke wedstrijd spelen, zoals laatste tegen PSV. Maar ik geniet er enorm van. Als kind heb ik er altijd van gedroomd om in een groot stadion als de ArenA te spelen."
Ondanks dat hij geniet, merkt Fischer wel dat er nu meer van hem gevraagd wordt. "Alles kost meer kracht. De wedstrijden, maar ook de trainingen. Als ik thuiskom, ben ik kapot en plof ik neer op de bank. Meestal ga ik alweer vroeg naar bed. Mentaal is het ook vermoeiend", gaat Fischer verder. "Aandacht van media en supporters was ik niet gewend, al begint dat langzaam te komen. Net heb ik handtekeningen uitgedeeld aan enkele zieke kinderen. Zoiets is nieuw voor me, maar ik doe het graag."