Met een wervelde invalbeurt tegen AZ, twee treffers tegen NEC en een doelpunt tegen NAC maakte Tobias Sana gelijk veel indruk op de Nederlandse velden. Ondanks dat het de laatste weken iets minder gaat met de Ajacied, is dat frivole spel nog wel iets waar veel mensen hem aan koppelen.
Het belevingsvolle en open spel van de vleugelaanvaller komt voort uit het geluk van het profvoetballer zijn. "Ik mag doen wat ik het liefste doe, voetballen, en ik krijg er nog goed voor betaald ook", zo zegt hij zelf op de clubwebsite. "Ik probeer dat ook te laten zien als ik op het veld sta. Ik wil plezier uitstralen en ben een speler die altijd ‘iets’ probeert te doen met de bal. Liefst geen plichtmatige tikjes, maar dingen waar de mensen op de tribune van kunnen genieten."
"Als ik de mogelijkheid zie om een actie te maken en mijn tegenstander voorbij te komen, dan zal ik die nooit uit de weg gaan", vervolgt de Zweed met Afrikaanse roots. "Al moet je op dit niveau ook rekening houden met de situatie in de wedstrijd. Bij 0-0 moet je geen gekke dingen doen."
Ondanks dat zijn wortels in Afrika (Burkina Faso) liggen, heeft hij niet hij fysiek waar de Afrikaanse voetballers om bekend staan. "Ik ben natuurlijk niet de grootste van het stel", erkent Sana zelf ook. "Waar anderen hun fysiek in de strijd gooien, moet ik dus het gevecht aangaan met mijn hoofd. Mentaal, bedoel ik dan. Uitgaan van je eigen kwaliteiten. Wie niet groot is, moet slim zijn.”