Jan Vertonghen is begaan met de problemen van de laatste weken bij Ajax. "Ik had al vaker onrustige periodes bij Ajax meegemaakt, die waren nog heviger dan nu het geval is," vertelt Vertonghen aan het weekblad Voetbal International. "Toen werden er trainers en mensen uit de clubleiding ontslagen." "Voor veel mensen was dat ingrijpend, maar op een of andere manier had het op mij toen minder impact dan de huidige situatie." Volgens Vertonghen heeft dat verschillende redenen. "Ik was nog jong, dan ben je toch meer met jezelf bezig", legt de Belgisch international uit. "Dit keer ervaar ik het allemaal heel intens. Mijn positie is door de jaren heen veranderd, bovendien ben ik echt van deze club gaan houden. Ik trek me het lot van Ajax meer aan, ik leef intens mee.""Het gaat er om dat wij ons op het spel blijven concentreren", benadrukt Vertonghen. "Bij geen enkele andere club in Nederland kunnen de emoties zowel positief als negatief zo rap omslaan. Dat maakt Ajax ook zo speciaal: we zijn de grootste club van het land, iedereen volgt ons, iedereen heeft een mening. Dat zal nooit meer veranderen. Martin Jol staat sterk in zijn schoenen, dat merk je juist in periodes als deze. Hij blijft geloven in zijn spelers en in zijn filosofie. "Ik heb ook niet de indruk dat zijn positie onder druk staat. Er is de laatste weken terecht kritiek op het niveau van ons spel, maar we moeten ook gewoon naar de feiten blijven kijken." Van een crisis wil Vertonghen absoluut niets weten. "We zijn in de race voor de landstitel, zitten nog in de nationale beker en hebben een goede kans te overwinteren in de Europa League.""Dan kun je toch moeilijk van een crisis spreken. Eerder van een slechte fase. Aan onze mentaliteit ligt het niet. Daar ben ik van overtuigd. Volgens mij heeft het meer te maken met onze manier van spelen. Het duurt even voordat het allemaal op elkaar is afgestemd. Tegenstanders voelen onze kwetsbaarheid, die hebben de laatste tijd het gevoel dat er tegen ons wat te halen valt. Dat is de omgekeerde wereld. Heel frustrerend", aldus Vertonghen.