Waar de voetbalclub Ajax lange tijd een kille uitstraling had, kwam daar de afgelopen jaren stilaan verandering in. De club begon met het organiseren van reünies waarop oud-spelers elkaar weer konden ontmoeten. Ajax maakte de Amsterdam Arena voor de spelers en publiek weer tot hun thuis. Tijden sommige wedstrijddagen kon je zowaar voelen dat er een voetbalsfeer hing in de Amsterdamse UFO. Niet dat de sfeer binnen het stadion een bedreiging was voor de sfeer die bijvoorbeeld in De Kuip hangt, maar je merkte wel dat het dus mogelijk was; de ArenA kon ook tot leven komen.
Als gevolg van die sfeerverbetering bij Ajax bleven spelers die rijp waren voor het buitenland zoals, John Heitinga en Luis Suárez, nog een (half)jaartje langer in Amsterdam, omdat ze zich thuis voelden. Ajax werd een warmere club voor de spelers en de spelers werden warmer naar Ajax toe. De verpersoonlijking van dat alles werd de aanvoerder van de landskampioen: Jan Vertonghen.
Vertonghen is in alles een kind van de club. Zij het een geadopteerd kind van Germinal Beerschot, maar wel een kind dat van zijn pleegouders is gaan houden en andersom. Weinig spelers in een Ajax-shirt hebben ooit zulke intense vreugde-uitbarstingen laten zien als de centrale verdediger. Onhoorbare oerkreten na het eindelijk bereiken van de Champions League tegen Dinamo Kiev, of het binnenhalen van de dertigste landstitel klonken door. En hij liet merken graag tussen de supporters te staan. Op de huldiging vorig jaar mei op het Museumplein, regisseerde Vertonghen zijn eigen feestje. De organisator van de huldiging had een van de leiders van het sfeervak VAK410 uitgenodigd, maar deze werd compleet weggeblazen door de uitzinnige Belg die het hele plein zelf op sleeptouw nam.