Rafael van der Vaart maakt zich op voor deelname aan zijn vijfde grote toernooi met Oranje. De begaafde middenvelder debuteerde in 2001 in het Nederlands elftal, dat zich niet wist te kwalificeren voor het WK van een jaar later. Tijdens de EK's van 2004 en 2008 en de WK's van 2006 en 2010 was Van der Vaart wél present en inmiddels is hij een van de meest ervaren internationals. En al die jaren hoort Van der Vaart al discussie. Het gaat in diverse media geregeld over de positie waarop hij moet spelen bij Oranje, zijn vele voortijdige wissels en de Fantasic Four waarvan hij, samen met Wesley Sneijder, Arjen Robben en Robin van Persie, deel uitmaakt. De teller gaat langzaam richting de honderd interlands voor Van der Vaart, die het aanhoudende gediscussieer onderhand wel zat is. “Die eeuwige discussies in Nederland over de opstelling: ik ben daar echt klaar mee. Die erin, die eruit. Die toch weer erin. Die er weer uit. Het gaat maar door.” “In kranten en in televisieprogramma's, ellenlange theorieën. Je zou er haast hoofdpijn van krijgen. Echt, ik hou me daar totaal niet meer mee bezig”, merkt de Heemskerker op in het Algemeen Dagblad. Vroeger deed hij dat naar eigen zeggen wel, maar hij heeft geleerd er nuchterder naar te kijken. “Ik zie het wel. Ik weet wat ik kan, ik zal er alles aan doen om te spelen, maar ik ga mezelf niet verliezen in allerlei bespiegelingen vooraf. Het heeft toch geen zin. De trainer stelt er elf op, en dan speel je. Of niet.” Zowel bij Ajax als bij Hamburger SV, Real Madrid en Tottenham Hotspur kon Van der Vaart altijd rekenen op een plek in de nationale selectie. De inmiddels 29-jarige middenvelder weet echter ook dat hij waarschijnlijk tot het moment dat hij stopt de vraag krijgt waar hij moet spelen en of hij nu wel of niet met Sneijder op een middenveld kan; dat hoort hij al sinds Ajax, zegt hij. “Pfff. Op een gegeven moment denk je: laat maar lullen. Ik heb bijna honderd interlands gespeeld inmiddels. Mag je dan ook gewoon wat vertrouwen hebben in jezelf?”