In gesprek met Victoria Koblenko gaan de gebroeders De Jong (Siem en Luuk) in op hun band en het voetballeven dat ze leiden. Volgens de Ajacied heeft zijn broertje er harder voor moeten werken, waar in zijn geval het nodige geluk kwam kijken.
De middenvelder van Ajax weet nog precies hoe zijn carrière begon. "Ik kan me herinneren dat ik elf was en opeens besefte dat je bij De Graafschap kon komen. Wij speelden bij een amateurclub, hadden geen idee dat je gescout kon worden. Mijn pa kreeg het te horen via post. De KNVB hield een proeftraining. En als je eenmaal gescout wordt, snap je dat je beter bent dan anderen."
Hoewel hij in zag dat hij talent had, geeft hij aan toch het nodige geluk te hebben gehad bij Ajax. "Toen ik bij Jong Ajax onder Henk ten Cate speelde, waren er wat blessures. Ik speelde een paar goede wedstrijden, zo heb ik kansen gekregen. Mij ultieme eer was de allereerste training bij Ajax, Zagreb-uit, de eerste training met Jaap Stam. In de kleedkamer trainde ik toen best goed."
De Jong heeft met Ajax al twee landstitels achter zijn naam staan. Toch wil hij niet te ver vooruit kijken, al werpt hij een alvast een kleine blik in de toekomst. "Barcelona is natuurlijk het hoogst haalbare, maar ik vind mezelf geen Barcelona-speler. Misschien hebben ze ooit een speler nodig die dat wat minder is. Ik denk niet dat ze iemand nodig hebben als ik. Ik ben niet zo snel, maar ik hoop het wel te worden. Dat kan gedeeltelijk, maar in principe moet je de genen mee hebben. Wat Messi heeft is fenomenaal, maar Boerrigter ook. Ik ben fan van hem, ook van Van der Wiel."