Toby Alderweireld probeert zaterdag tegen PSV te laten zien dat hij en niet André Ooijer in de basis van Ajax thuis hoort. De Belgische mandekker raakte dit seizoen zijn plek kwijt aan de routinier, omdat Martin Jol te kennen gaf dat Alderweireld wat 'harder' moest worden. “Ik weet dat mijn prestaties tegen PSV, en dan vooral mijn fouten. onder een vergrootglas worden gelegd, maar dat was tegen Auxerre en Veendam óók al zo en toen speelde ik goed.”“Ik ken geen angst en zal er voor mijn ploeggenoten en club staan”, zegt Alderweireld zaterdag, op de dag van de wedstrijd, in De Telegraaf. Tegen FC Utrecht moest hij in de rust achterblijven en kwam de geroutineerde Ooijer in het veld. “Dat was een domper. Ik ben boos geweest en heb mijn onvrede ook op allerlei manieren geuit”, zegt de Belgische international, die vorig seizoen 31 van de 34 competitieduels in actie kwam. “Ik moet mijn rol accepteren. Het is het allergrootste cliché, maar ik doe er alles aan om me weer in de ploeg te knokken.”“Ik heb dit niet als een brave jongen aangehoord. Ik heb wel gezegd dat ik het er niet mee eens ben. Natuurlijk zijn er punten, waaraan ik moet werken. Maar een jonge talentvolle jongen, als ik mezelf zo mág noemen, leert het meeste als hij vertrouwen krijgt en veel speelt. Natuurlijk kan er een moment komen dat een trainer voor iemand anders kiest. Maar bij mij kwam dat vroeg, vond ik. Ik presteerde minder, maar niet heel slecht.”“Om de nederlaag bij AZ vanaf de bank als genoegdoening te zien, was een logische reactie geweest”, vervolgt Alderweireld in de ochtendkrant. “Maar ik ben geen rotte appel in de groep. Ik denk altijd in het team- en clubbelang. Ajax is zes jaar geen kampioen geworden en iedereen snakt naar de titel. Daar moet ik mijn persoonlijke frustraties voor overboord zetten. Door een overwinning tegen PSV kan de crisis in één keer voorbij zijn. Dan ontstaat er een positieve spirit.”