Na vorig jaar de dertigste landstitel te hebben gepakt is Ajax woensdagavond voor de 31e keer landskampioen geworden. De Amsterdamers wonnen met 2-0 en net als vorig seizoen was Siem de Jong de grote man in de kampioenswedstrijd, de spits maakte dit keer alle doelpunten, al stond het houtwerk treffers van andere Ajacieden in de weg.
In een volle ArenA begon Ajax met heel veel balbezit en dat leverde na vijf minuten spelen de eerste kans op. Siem de Jong liep goed in op een voorzet van Daley Blind, maar kopte net naast. Een paar minuten was Ajax nog dichterbij de openingstreffer. Jan Vertonghen stook het veld over maar zag zijn schot op de paal belanden. De 1-0 kon echter niet uitblijven en het was dan ook nog dik binnen de tien minuten raak. Ismaïl Aissati gaf voor een Siem de Jong frommelde de bal achter zijn oude ploegmaat Dennis Gentenaar. Ajax bleef doorgaan en zag, ditmaal uit een vrije trap, voor de tweede keer binnen het eerste kwartier de paal raken.
Daarna leek Ajax wat gas terug te nemen en kwam het eigenlijk nog maar tot een grote kans in de eerste helft. De Jong schoof op aangeven van Blind de bal net voorlangs. VVV-Venlo creëerde zodoende vlak voor rust ook een mogelijkheid. Yanic Wildschut kwam door over links, maar zag Kenneth Vermeer redding brengen.
Na rust zette Ajax het stroperige van de eerste helft voor, maar binnen het uur kwam er een dubbele voorsprong. Wederom was het De Jong die scoorde op aangeven van weer Assaiti. Daarna kreeg Ajax als bevrijd weer meer kansen. Kolbeinen Sigthorsson raakte als invaller in zijn eerste twee minuten de lat en even later ook de vuist van Dennis Gentenaar. Ajax liet het vervolgens toch weer lopen, maar werd totaal niet meer bedreigd in de laatste minuten op stap naar titel nummer 31.