Ricardo van Rhijn is dit seizoen bij afwezigheid van de aan zijn lies geblesseerde Gregory van der Wiel uitgegroeid tot de vaste rechtsback van Ajax. Opmerkelijk, want hij werd door de Amsterdammers in de jeugd als aanvaller gescout. 'Ik was geen speler die een actie in huis had.'Bryan Roy, trainer van
Van Rhijn in de D2, zette de transformatie van
Van Rhijn in gang. Die had daar geen problemen mee, zo vertelt hij op de clubwebsite: 'Ik was geen speler die een actie in huis had of die iets kon creëren vanuit het niets. Het was vooral een kwestie van hard rennen en de bal voorgeven, dat kon ik nog wel redelijk.' Zijn gebrek aan creativiteit deed
Van Rhijn beseffen dat een rol als aanvaller in
Ajax 1 niet voor hem was weggelegd: 'Bij
Ajax moet een aanvaller veel meer kunnen, dat was voor mij ook wel duidelijk.'Als verdediger maakte hij op 28 december tegen ADO Den Haag zijn debuut in het eerste elftal van Ajax, waarna trainer Frank de Boer hem door het wegvallen van Gregory van der Wiel als vaste rechtsback ging gebruiken. Als lid van de Ajax-defensie heeft
Van Rhijn inmiddels elf eredivisieduels achter zijn naam.
Van Rhijn kent De Boer al uit zijn tijd bij de A1, toen hij ook al twee seizoenen onder zijn huidige oefenmeester voetbalde. 'Hij is nog precies dezelfde trainer, met dezelfde filosofie en dezelfde trainingsstof. En hij heeft nog steeds de gave en de kwaliteiten om dingen moeiteloos voor te doen als het even niet loopt tijdens een training.' Ook de specifieke trainingen van ervaren topverdediger Jaap Stam (parttime-trainer bij Ajax) vallen in de smaak bij Van Rhijn. 'Hoe stel je je bij voorzetten op ten opzichte van de spits, hoe kun je net dat kleine duwtje geven waardoor je jezelf een voordeel verschaft in het luchtduel? Het zijn kleine dingetjes, die een groot verschil kunnen maken.'