Rondom de persoon Theo Janssen blijven de gemoederen omtrent zijn spel en aanwezigheid maar aanhouden. De middenvelder, die afgelopen zomer onder luid gejuich werd binnengehaald bij Ajax, kijkt met zeer wisselende gevoelens terug op zijn eerste seizoen in Amsterdam.
Janssen overleefde met Ajax de groepsfase van de Champions League niet en ook om zijn persoon was het lange tijd onrustig. Zo zou hij niet gewenst zijn in de spelersgroep en heeft trainer Frank de Boer de pik op hem. Volgens de statistieken in de Eredivisie geldt hij echter nog altijd als een van de beste middenvelders gezien zijn vijf goals en zes assists. "Blijkbaar heb ik toch iets goed gedaan."
"Mensen praten en roepen graag wat, en als er één begint volgt de rest. Zo is het nu ook gegaan. Ik ben sowieso wel een beetje klaar met dat gezeur. Een paar maanden geleden was het nog fijn als ik er niet bij was, maar daarna heb ik volgens de pers een paar keer redelijk gespeeld en ben ik weer belangrijk. Ik kan daar heel weinig mee."
Zijn vorige werkgever, FC Twente, vergelijkt Janssen voorzichtig met de Amsterdamse landskampioen. "In het jaar dat wij kampioen werden met FC Twente werd een achterstand of nederlaag van Ajax in elk stadion met gejuich ontvangen. Als Twente verliest wordt dat hier in Amsterdam en bij de andere concurrenten gevierd, maar verder nergens. Dat is het hele grote verschil. Ajax roept een bepaalde weerstand op bij andere clubs, maar dat maakt het ook wel weer mooi moet ik eerlijk zeggen. Dat is het mooiste wat er is."