Toby Alderweireld moet sinds kort steeds vaker vanaf de bank toekijken. André Ooijer lijkt de jonge verdediger in de hiërarchie te zijn voorbijgestreefd. Alderweireld is niet blij met de situatie, maar probeert er volwassen mee om te gaan. "Je hoeft het niet altijd eens te zijn met de trainer, maar je moet het wel accepteren," zegt de Belg op Ajax.nl.
Verbeterpunten "Ik word hier ook hard van. Verder gun ik het André en Oleguer ook wel, maar het liefst speel ik natuurlijk zelf," vertelt Alderweireld. De verdediger beseft dat hij nog maar aan het begin van zijn carrière staat. "Ik ging er ook niet vanuit dat ik van mijn twintigste tot mijn 35ste altijd in de basis zou staan. Het is ook niet zo dat ik in een cruciale dip zit, maar er zijn wel momenten die beter kunnen."
Alderweireld weet waar zijn verbeterpunten liggen. "Ik moet soms wat meedogenlozer zijn en kan niet alles heel mooi oplossen. Dat betekent niet dat ik een vuile speler wil worden, maar het mag af en toe wel iets harder op de bal. Hard verdedigen zat nooit in een verdediger van Ajax. Dat komt vooral omdat je in de jeugd zelden in die situatie kwam. Je hebt in de jeugd van Ajax altijd de bal. Dat is niet alleen het voordeel, maar ook juist het probleem van Ajax," aldus de verdediger.
Ondanks dat Alderweireld niet weet of hij zaterdag tegen Heracles Almelo speelt, blikt hij toch vast vooruit. "Ze zijn sterk op eigen veld. Het is ook een aardig voetballende ploeg, ook van achteruit. Die Maertens en Van der Linden kunnen aardig opbouwen. Als we daar een 'halve dag' hebben, wordt het heel lastig."