Siem de Jong was zondag in de spannende ontknoping van de Eredivisie de grote man aan Ajax-zijde. De spits produceerde twee doelpunten tegen FC Twente (3-1) en leverde zodoende een belangrijke bijdrage aan de dertigste landstitel van de club. “Ik ben heel blij dat ik belangrijk kon zijn”, vertelt de middenvelder annex aanvaller in gesprek met NUsport.“Ik ben natuurlijk geen echte spits, speel liever op het middenveld, maar je krijgt als eindstation natuurlijk wel veel ballen”, gaat De Jong verder. “Ik werd vaak aangespeeld, kon de bal goed in de ploeg houden en als je dan ook nog twee keer scoort…” De in Zwitserland geboren De Jong spreekt van de mooiste voetbaldag uit zijn leven. “Zo kun je het wel stellen, ja. Zo vaak ben ik nog geen kampioen geweest”, vertelt hij lachend.Ajax veroverde de titel in een roerig seizoen. Na de nederlaag bij ADO Den Haag (3-2) gaf niemand meer wat om de kansen van de Amsterdammers, maar die wedstrijd bleek juist de ommekeer. “In ieder geval ging er vanaf toen wat druk van de ketel. Toeval of niet, maar vanaf dat moment ging het steeds beter lopen. Hebben we geen punt meer verspeeld. Ze wachtten in Amsterdam al zeven jaren op dit kampioenschap, op de derde ster. Nu is het zover. Dat is een heerlijk gevoel.”